Ronald J.: trial by media?

January 12, 2010

Afgelopen dagen kwam Ronald J. met naam en foto in het nieuws. Het zou een seriemoordenaar zijn. Opvallend was de weinig terughoudende houding van de Belgische media.

Bericht met naam en foto

Waarom liet men die terughoudend varen? De bekentenis van de verdachte is volgens Desmet, redacteur van de Morgen, een reden om minder terughoudend te zijn met de gegevens van de verdachte. Dit is echter een volstrekt dubieus uitgangspunt, omdat een bekentenis niet per definitie betekent dat de verdachte ook de dader is. Bij moordzaken melden zich regelmatig mensen die beweren de dader te zijn. Ze zoeken aandacht. Daarnaast moet men rekening houden met de valse bekentenis, zoals bijvoorbeeld in de Schiedammer Parkmoord. De verdachte, Kees B., bekende, maar twee jaar later werd de echte dader alsnog – toevallig – opgepakt.

Dat ook in dit krantenartikel de onschuldpresumptie terzijde werd geschoven, blijkt alleen al uit het feit dat er wordt gesproken over de ‘dader’. Het gaat vooralsnog om de ‘verdachte’ en het is aan de rechter om te bepalen of bewezen is dat de verdachte ook de dader is. Dat is geen juridische haarkloverij, want voor alle betrokkenen is het van belang dat de verdachte ook de dader is.
Voor de familie van de slachtoffers is het ronduit dramatisch om te ervaren dat justitie achteraf op een verkeerd spoor zat. En wat te denken van de kinderen van het slachtoffer?

 

Elsevier alweer in de fout met “Rechters snappen technologische vooruitgang niet”

January 11, 2010

“Rechters snappen technologische vooruitgang niet”, kopte Elsevier. Het bericht was overgenomen van de Volkskrant en zelfs dat overnemen blijkt niet te kunnen zonder dat er een tendentieuze draai aan wordt gegeven. Het eerste punt is dat de Volkskrant het niet alleen had over rechters, maar ook over aanklagers én advocaten. Pas in het stukje zelf blijkt dat het niet uitsluitend om rechters gaat. Storend? Ja. Elsevier suggereert hiermee dat dit een tekortkoming is die exclusief voor rechters geldt.

In het stukje zelf staat: “Het wordt langzamerhand zo ontzettend hightech en complex dat anderen wel heel erg moeten varen op forensisch technische deskundigen,’ aldus Tjin-A-Tsoi.” Het is dus geen kwestie van ‘snappen’. Men slaagt er volgens de directeur van de Nederlands Forenssisch Instituut (NFI) “nauwelijks in forensische ontwikkelingen bij te benen”. Het bijbenen van ontwikkelingen is iets anders dan ‘snappen’.

Vergelijk vervolgens de titel van het hoofdartikel van Menno van Dongen in de Volkskrant: ‘Dna als splijtzwam in de rechtbank; Besef onder rechters groeit dat deskundigen ‘niet per definitie de waarheid verkondigen’’. Alleen al uit de titel blijkt een wereld van verschil in vergelijking met de denigrerende titel van Elsevier.

De moordmachine komt vrij!

January 10, 2010

“Experts vrezen vrijlating wrede tbsmoordenaar Dirk de V.”, kopte de Telegraaf op 9 september van dit jaar. “De meest gevreesde crimineel van ons land had gisteren een uitje: in Arnhem diende zijn hoger beroep tegen de verlenging van zijn tbs-behandeling. Justitie zit in haar maag met Dirk de V. (59), omdat de moordenaar zó levensgevaarlijk is dat hij eigenlijk zou moeten worden behandeld in een extreem zwaarbeveiligde tbs-kliniek. Probleem: zo’n afdeling bestaat niet. Maar vrijlaten van De V. is helemaal geen optie, want zeggen experts: ‘Dat kost mensenlevens!’ “

Rob Zijlstra, rechtbankverslaggever van het dagblad van het Noorden, las dit bericht met stijgende belangstelling. Zijlstra kende deze zaak namelijk als geen ander. Hij was namelijk aanwezig bij de zitting over het hoger beroep in de zaak over de tbs-verlenging in hoger beroep van Dirk de V. bij het gerechtshof in Arnhem. De V. vermoordde in 1999 op gruwelijke wijze een willekeurige onschuldige man en kreeg onder meer tbs.

In de Telegraaf stond dat De V. hebben geëist dat zijn gedwongen tbs-behandeling werd gestaakt. Hij zou dan mogelijk op korte termijn kunnen vrijkomen. De teneur was duidelijk: de moordmachine zou binnenkort weer rondlopen.

Zijlstra herkende een paar zinnen uit het stuk, want die kwamen uit zijn stuk. Maar nog verbaasder was hij over de inhoud. Zijlstra: “Maar tijdens de verlengingszitting eiste Dirk de V. helemaal niet dat zijn gedwongen tbs-behandeling wordt gestaakt. Integendeel zelfs. Dirk de V. staat op de nominatie te worden overgeplaatst naar een longstay-afdeling, zonder behandeling. Daar verzet hij zich tegen. Hij eist juist weer in behandeling genomen te worden, binnen de muren van de tbs. Dat is heel iets anders, veiliger ook.”

Zijlstra noemt het stemmingmakerij. “Tijdens de zitting zei zijn advocaat dat een verlenging van tbs voor De V. onvermijdelijk is. Dat de man mogelijk op korte termijn vrij dreigt te komen, is niet aan de orde.” Saillant detail: de Telegraaf-collega was niet aanwezig bij de zitting.

Vervolgens ging het verhaal een eigen leven leiden. Zo wist RTV Noord te melden dat De V. tijdens de zitting had toegegeven plannen te hebben gehad een medepatiënt te willen vermoorden. Zijlstra: “Ook dit moet onzin heten. Tijdens de zitting heeft De V. zoiets niet gezegd. Ook RTV Noord was niet bij de zitting aanwezig. Ik was de enige journalist die er wel was.”

Schermafbeelding 2017-03-12 om 00.00.46

De link naar het oorspronkelijke artikel is dood.

Daarna ging Gerlof Leistra op de website van Elsevier aan de haal met het verhaal. Leistra kopte met ‘Schokkend relaas over levensgevaarlijke tbs’er’. Letterlijk zegt hij: “De V. vindt daarom dat hij maar vrijgelaten moet worden. Je moet er niet aan denken! Zo’n man moet worden vastgehouden zolang hij gevaarlijk is. Desnoods levenslang. De kans dat zijn verzoek wordt gehonoreerd, is gelukkig miniem, maar in theorie kan het.”
Hiermee wordt volgens Zijlstra onzin door de journalistiek verspreid. “De reacties van de fout geïnformeerde lezers niet van de lucht”.

Die reacties waren er inderdaad: “Als hij weer vrij komt en hij vermoordt weer iemand, is de staat schuldig. Zij hebben de taak ons land en de burgers te beschermen. Van mij mag hij een spuitje krijgen en aan een hartaanval overlijden. Maar tja, we hebben niets te vertellen, alleen maar betalen. Het zal je kind,vrouw of man zijn die de volgende slachtoffers worden. Ik ga wel even naar België en koop een wapen.”.

Het was ook voer voor de voorstanders van de doodstraf: “voer de doodstraf in voor dit soort afval, zodra de schuld pertinent vaststaat.” en “deze De V. lijkt mij een uitstekend argument voor de invoering van de doodstraf.” Bijna onvermijdelijk had een en ander ook weer te maken met de linkse kerk: “Inderdaad, zo’n monster mag niet meer vrijkomen en als behandeling niet helpt; de doodstraf. Of kost dat weer banen voor de linkse elite?”

Zijn rechters te soft?

January 9, 2010

December 2009 veroordeelde de Haarlemse rechtbank de eerste vastgoedfraudeurs: zestien maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Daarnaast kregen ze nog boetes voor hun ondernemingen opgelegd: 17.000 euro. Ze sluisden door middel van facturen aan Bouwfonds waar geen zakelijke prestatie tegenover stond, 18 miljoen euro weg naar de andere verdachten in de vastgoedfraude.

DSCN0025

In Nederland leeft niet echt het idee dat er zwaar wordt gestraft. “Dat 97 procent van de lezerskring van De Telegraaf aangaf zich ‘niet gesteund’ te voelen door justitie is misschien niet representatief, maar (…) zonder feitelijke gronden is het evenmin.”, meent een commentator van het NRC. Dat maakt nieuwsgierig! Want wat vind de Telegraaflezer dan over het strafbeleid van de Nederlandse rechters? Een kleine niet-representatieve bloemlezing naar aanleiding van een bericht over de rechtspraak levert het volgende beeld op:

“Ik vind de Nederlandse rechters van hoog tot laag (kanton-gerechtshof) een stelletje stumpers”. “Rechtspraak is verrot, door een bezetting van luie wereldvreemde vakidioten.”

“De rechters zijn bij de grotere crimineel te soft en bij iemand die voor een boete of iets kleins staat te hard en zeker ongevoelig. En het gehele OM is of corrupt of zelf crimineel, en maar fouten maken!” “De rechters waar ik indirect mee te maken heb gehad, hebben geen idee wat rechtspraak is, alleen maar verkeerde uitspraken omdat ze zo ‘wijs’ zijn!” “En vrouwelijke rechters is helemaal een ramp, die weten helemaal niet hoe het recht in elkaar steekt.” “De rechtelijke macht in Nederland is in handen van de ‘Linkse kerk’ t.w. PVDA, D66 etc. Wat kun je dan anders verwachten. Deze linkse kerk heeft het land naar de donder gebracht met zijn tolerantie.”

De Raad van de Rechtspraak zelf hoopt met meer uitleg een positiever beeld te bewerkstelligen van rechters. Want, zo bleek uit een onderzoek dat de Raad onlangs heeft laten uitvoeren, dat 85% van de Nederlandse burger de rechters te soft vinden. “Wij trekken ons de kritiek wel degelijk aan”, zei Van den Emster, voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak. “Rechters moeten uitleggen, uitleggen en nog eens uitleggen.”

Over dat voornemen is Eerdmans, voormalig LPF’er en medeoprichter van het Burgercomité tegen Onrecht, heel kort: “Wat een arrogantie. Het enige dat weer vertrouwen brengt in de rechtstaat, is strenger straffen.”, brieste hij in de Spits. “Rechters straffen lager door allerlei verzachtende omstandigheden, maar slachtoffers hebben er geen boodschap aan dat de moordenaar van hun familieleden dronken ouders en een slechte jeugd had.”

Burgers vinden straffen voor zware misdrijven onbegrijpelijk laag, beweert Eerdmans. Nu staat hij niet alleen in zijn mening. Ad Verbrugge, de bekende VU-filosoof, schreef dat in 2004 ook al in zijn veel geprezen ‘Tijd van Onbehagen’: “geweld en criminaliteit zijn de laatste decennia aanzienlijk toegenomen in Nederland (…) en onder de huidige omstandigheden acht ik (Verbrugge dus, RR.) een verzwaring van de strafmaat wenselijk, ja zelfs noodzakelijk als uitdrukking van de vrije wil. (…) Een verzwaring van de strafmaat herbevestigt dat het ons ernst is met bepaalde rechten” (p. 18/19).

Maar de cijfers geven Eerdmans en Verbrugge in elk geval pijnlijk ongelijk. Hoewel het totaal aantal misdrijven in de periode 2000-2007 met 8.7% afnam, steeg het aantal veroordelingen in dezelfde periode met 15%. Nog pijnlijker wordt de analyse van Verbrugge, als we kijken naar het strafklimaat. Het aantal gedetineerden per 100.000 inwoners is in Nederland spectaculair toegenomen: van 23 in 1980 tot 134 in 2005. (Nu is het overigens weer gedaald tot 100.)

Een aantal juristen vindt het ‘rechter-zijn-soft’-verhaal dan ook klinkklare nonsens. Buruma, hoogleraar strafrecht aan de Radboud Universiteit, wees er onlangs in een lezing op dat definities van verschillende soorten misdrijven aan verandering onderhevig zijn. Wat vroeger ‘zware mishandeling’ was, wordt in toenemende mate ‘poging tot doodslag’. Een opgedrongen tongzoen stelt de Hoge Raad tegenwoordig gelijk met verkrachting. Een 72-jarige man die een moeder met kind uitscheldt, wordt veroordeeld voor ‘bedreiging met zwaar lichamelijk letsel’.
Het percentage Nederlanders dat roept om strengere straffen schommelt al jaren rond de 80 procent, aldus Sackers, hoogleraar bestuurlijk sanctierecht aan de Radboud Universiteit. “Het aantal keren dat levenslang wordt gegeven verdubbelt sinds 1995 elk jaar”, zegt Sackers.

“De afgelopen dertig jaar is de hoogte van de straffen opgeschroefd”, stelt ook Theo de Roos, hoogleraar strafrecht (UvT). “Dat is bij de burger blijkbaar niet doorgedrongen. Mensen trekken hun eigen conclusies als ze horen dat er cellen leegstaan en dat we ze aan de Belgen verhuren.”

Toch zou je kunnen volhouden dat het strafklimaat dan misschien niet milder is geworden, maar nog steeds te soft is. Maar ook de overweging is niet houdbaar. Als burgers inzicht krijgen in de dossiers en de zitting meemaken, zo blijkt uit een recent onderzoek van de Leidse rechtspsycholoog Wagenaar, dan straffen ze nagenoeg net zo zwaar (of licht) als rechters. De burger snapt dus meer dan Eerdmans denkt.

Toch zie ik hier een probleem. De Raad kan uitleggen wat hij wil, maar daarmee bereik je volgens Sackers de burger niet. Sackers: “ik ken niemand die voor z’n hobby elke week arresten van de Hoge Raad gaat lezen.” Wie rechters een stelletje stumpers en luie wereldvreemde vakidioten vindt, en wie rechtspraak verrot en het gehele OM corrupt en crimineel vindt, komt echt niet tot andere gedachten bij meer uitleg.

Het probleem zit bij de combi ‘Eerdmans, Leistra (Elsevier) & Paradijs (Telegraaf)’. Zolang zij weigeren serieuze journalistiek te bedrijven, kan Van den Emster uitleggen wat hij wil.

Het onderzoek van de Raad voor de Rechtspraak in de media

January 8, 2010

“Rechters zijn soft”, giert het al een tijd door de media. De raad voor de Rechtspraak liet een onderzoek uitvoeren en kwam tot de volgende conclusies: vier op de vijf Nederlanders vindt dat rechters hun beslissingen beter moeten uitleggen aan gewone burgers. Zevenentwintig procent van de Nederlanders heeft veel vertrouwen in de rechter en drieënveertig procent van de Nederlanders heeft een neutrale houding ten opzichte van de rechtspraak. Vijfentachtig procent van de Nederlanders is van mening dat misdadigers te licht worden bestraft, omdat de wetten niet streng genoeg zijn en de rechters “te soft”. Tweederde is het eens met de stelling dat de rechter in de ogen van de publieke opinie nooit streng genoeg zal straffen.

Ook weet de raad te melden dat het beeld dat de gemiddelde Nederlander heeft over rechtspraak, vooral gebaseerd is op de verslaggeving door de media. Slechts vijf procent van de respondenten kan op basis van eigen ervaring een oordeel geven.

Dat roept de vraag op wat de media schreven of lieten zien naar aanleiding van dit onderzoek.

Elsevier vond het bericht kennelijk gefundes fressen: “Criminelen worden niet zwaar genoeg gestraft. Ook moeten rechters hun beslissingen beter uitleggen. Dat vindt een ruime meerderheid van de Nederlandse bevolking. 85 procent van de ruim 800 ondervraagden vindt de straffen die rechters opleggen, te laag. In vergelijking met andere landen is het vertrouwen in de rechtspraak hoog, concludeert de Raad. Een op de vier Nederlanders zegt veel vertrouwen in de rechter te hebben. Daar staat wel tegenover dat bijna dertig procent negatief tegenover de rechtspraak staat.” Maar daar staat ook tegenover dat 43% een neutrale houding heeft. En feitelijk had niet 25%, maar 27% procent van de burgers veel vertrouwen heeft.

Dan krijgt het bericht een verrassende wending. “Ook politici zijn vaak verontwaardigd over lage straffen die rechters opleggen. Zo pleit de PVV ervoor om voor zware delicten minimumstraffen in te voeren. De Kamer is daar in meerderheid tegen.” Maar het onderzoek ging helemaal niet over politici. Dit punt duikt gewoon midden in het artikel uit het niets op.

Het artikel gaat weer verder over het onderzoek. “Tachtig procent van de Nederlanders vindt ook dat rechters hun uitspraken niet goed genoeg uitleggen, blijkt uit het onderzoek van de Raad. Met open dagen in rechtzalen en de website rechtspraak.nl probeert de Raad voor de Rechtspraak de communicatie te verbeteren. Dat lukt niet erg. Gisteren nog concludeerde dezelfde raad dat maar veertig procent van de vonnissen voldoet aan de eigen leesbaarheidscriteria.” Elsevier legt hier een oneigenlijk verband, want volgens de Raad spreekt slechts 5% uit eigen ervaring. De rest wordt door de media gevoed.

De Telegraaf deed het beter en beperkte zich tot een zakelijke weergave van de feiten. “Misdadigers worden te licht gestraft. Dat vindt 85 procent van de Nederlanders, meldt de Raad voor de Rechtspraak donderdag. De ondervraagde burgers stellen dat er ‘te lage straffen’ worden opgelegd, omdat de geldende wetten niet streng genoeg zijn en de rechters „te soft” zijn. Vier van de vijf Nederlanders vinden ook dat rechters hun beslissingen beter moeten uitleggen aan de samenleving. Maar de krant wist ook te melden dat het vertrouwen in de Nederlandse rechtspraak relatief groot is in vergelijking met andere landen. “27 Procent van de Nederlanders heeft veel vertrouwen in de rechter. Het aantal Nederlanders met een neutrale houding over de rechtspraak is 43 procent.”

Zowel Trouw, de Volkskrant als het AD namen nagenoeg het ANP-bericht over. Van een duiding was in elk geval geen sprake.

De Spits kwam eerst met het kortste bericht, maar duidde het nieuws daarna. Dat wil zeggen: zowel de onvermijdelijke Joost Eerdmans en enkele wetenschappers mochten hun zegje doen.

Het NRC wijdde er geen bericht aan, maar kwam in plaats daarvan met een redactioneel commentaar. Dat werd gegeven naar aanleiding van de wens van de Kamer om de band tussen burger en rechtspraak te vergroten. Eerst kwam het Kamerlid Teeven (VVD) uitgebreid aan het woord: hij sprak van een slagveld, aldus het commentaar. “Hij verwees naar een golf incidenten en slecht nieuws afgelopen kwartaal. Variërend van zware gedetineerden die van onnozele magistraten onbegeleid op verlof mogen en dan weglopen. Van politieagenten die eerst automobilisten ‘flitsen’ en dan zelf naar huis jakkeren tot onbegrip over pedoseksuelen op wie onvoldoende toezicht is. Er kwam geen einde aan.” Kennelijk zat Teeven in de ogen van de redactie op het goede spoor, want de commentator stak de Telegraaflezer een riem onder het hart. “Dat 97 procent van de lezerskring van De Telegraaf aangaf zich ‘niet gesteund’ te voelen door justitie is misschien niet representatief, maar ook niet verbazingwekkend. En zonder feitelijke gronden is het evenmin. Uit een enquête namens de Raad voor de Rechtspraak bleek dat 80 procent van de bevolking ‘meer uitleg’ wil van rechters. Dat is heus niet omdat men zo tevreden is. Want 85 procent van de respondenten meent dat misdrijven ‘te licht’ worden bestraft.”

Dat burgers in vergelijking met de omringende landen veel meer vertrouwen hebben in de rechters, bleef onbesproken in het commentaar. Dat 30 procent van de ondervraagde burgers ontevreden was, paste kennelijk ook niet goed in het NRC-straatje. Daarmee werd het m.i. een tendentieus bericht.

Eerdmans’ redeloze aanval op rechters

January 7, 2010

Er deugt helemaal niets aan het rechtsstelsel, meent Joost Eerdmans, voormalig LPF’er en medeoprichter van het Burgercomité tegen Onrecht. Bij Pauw&Witteman mocht hij uitleggen waarom. Eén van de redenen is dat vrouwen geen goede rechters kunnen zijn. Te soft. Dat leidde tot een hoop commotie en in de Volkskrant kreeg hij een herkansing. Zijn “laat ik helder zijn: ik ben dol op vrouwen” was de weinig hoopvolle introductie om zijn opmerking te nuanceren. Was er empirisch bewijs voor zijn stelling dat vrouwen lichter straffen, vroeg Eerdmans zichzelf af? “Nee”, gaf hij ruiterlijk toe. “Maar is het vreemd om te veronderstellen dat een vrouwelijke rechter minder aan vergelding denkt dan aan resocialisatie van de dader? Ik denk dat de (…) algemeen aanvaarde karaktereigenschappen van de vrouw haar oordeel over misdadigers en hoe die aangepakt moeten worden, milder zullen maken dan die van een man.”

Het antwoord op Eerdmans retorische vraag of het vreemd is om zo te denken, luidt als volgt: het is in elk geval volstrekt onlogisch. Zelfs al zou er zoiets zijn als de algemeen aanvaarde karaktereigenschappen, dan nog betekent het niet dat alle vrouwelijke rechters per definitie over die eigenschappen beschikken. De overlijdingsleeftijd van de gemiddelde Nederlandse man is nog steeds lager dan die van de gemiddelde vrouw, maar dat betekent dus niet dat alle vrouwen ouder worden dan mannen.

De Volkskrant was over Eerdmans betoog – nou ja, betoog is misschien een groot woord – enthousiaster dan ik, want niet veel later mocht Eerdmans de hele rechterlijke macht door het slijk halen: rechters hebben vele petten; ze bezoedelen het imago van een onkreukbare magistratuur. En voor dat ik het vergeet: te soft.

Eerst maar eens die vele petten. Elke nevenfunctie van iedere rechter is op de publieke site van de Raad van Rechtspraak te vinden. Bovendien heeft de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak een aantal jaren geleden de ‘Leidraad onpartijdigheid van de rechter’ opgesteld. In dat protocol wordt aangesloten bij de uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Hoge Raad. Bovendien kan een rechter worden gewraakt als hij in de ogen van de verdachte of zijn advocaat bevooroordeeld is.
Eerdmans’ verhaal over ‘de vele petten’ van rechters, klopt helemaal niet. Hij toverde die uit zijn eigen hoge hoed. Slechts de helft van de rechters heeft één nevenfunctie en dan hebben we het over ‘petten’ als lid van een oudercommissie van een kindercrèche, scheidsrechter, lid van een klachten- of examencommissie etc. Slechts een enkele rechter heeft meer dan één nevenfunctie of een echt commerciële functie.

Onlangs mocht hij ook in Trouw komen uitleggen dat de Nederlandse rechters het imago van de rechtspraak bezoedelen. Maar (ook) in dat betoog blijft niets overeind staan. In dit stukje bespreek ik Eerdmans’ betoog regel voor regel.

Eerdmans: “Uit onderzoek van de Raad voor de Rechtspraak bleek onlangs dat 85 procent van de Nederlanders vindt dat misdadigers in Nederland te licht worden bestraft. Dat er een grote vertrouwensbreuk is tussen bevolking en rechters wordt duidelijk uit ditzelfde onderzoek: ongeveer een op de drie burgers heeft geen of weinig vertrouwen in de rechtspraak. Deze cijfers zijn zorgelijk.”

‘Eén op de drie’ bekt natuurlijk beter dan 30 procent. Je zou op basis van dezelfde cijfers ook kunnen volhouden dat 70 % niet ontevreden is over de rechterlijke macht. Maar toegegeven, ook dat verkoopt niet.

Belangrijker is natuurlijk de vraag hoe zorgelijk deze cijfers zijn. Eén getal ‘30’ zegt op zichzelf helemaal niets. Dat getal moet je ergens mee kunnen vergelijken, zoals Ibo Buruma, hoogleraar strafrecht, onlangs heeft gedaan. Bijvoorbeeld met het buitenland: daar scoort het vertrouwen in de rechterlijke macht aanzienlijk slechter. ‘Duitse toestanden’ kennen we hier gelukkig niet.

E.: “Niemand zal toch kunnen verdedigen dat een viervoudige moordenaar als Paul S., een ex-marinier die zijn ex-vriendin en haar familie doodschoot, al na eenderde van zijn gevangenisstraf uit de cel mag, om behandeld te worden in een tbs-kliniek.”

Het probleem met dit soort uitspraken is dat ongeveer een kilo dossier wordt teruggebracht tot één alinea. Zo kan ik er ook nog wel een schepje bovenop doen. Wat dacht u van een taakstraf voor een verkrachter? Waarbij we dan maar even niet vermelden dat de Hoge Raad heeft bepaald dat een opgedrongen tongzoen ook onder de noemer ‘verkrachting’ valt.

E.: “En wie kan verdedigen dat er nog steeds taakstraffen aan meervoudige kindermisbruikers en doodslagplegers worden uitgedeeld.”

Dat bericht kwam onder meer naar voren in een uitzending van Zembla en dat leidde tot veel commotie. De Raad voor de Rechtspraak liet deze kwestie onderzoeken, maar kwam vervolgens tot heel andere conclusies. Zo werd er in 2006, het jaar dat onderzocht werd, geen enkele taakstraf opgelegd voor moord en doodslag. Uit een steekproef van 169 gevallen bleek verder dat het OM in vijf gevallen een dubieuze taakstraf had opgelegd. Twee advocaten, Prakken en Knoops, keken vervolgens naar de uitspraken van de rechters. In één geval vonden ze allebei de uitspraak te licht; in zes gevallen vond één van de twee de uitspraak te licht en over de rest waren ze tevreden.

E.: “Of dat zware misdadigers als Saban B., de extreem gewelddadige vrouwenmishandelaar, met onbegeleid verlof mocht gaan.”

Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft geoordeeld dat voorarrest altijd tot het minimum beperkt moet blijven. Het uitgangspunt mag in geen geval zijn dat de verdachte in de fase voor een onherroepelijke veroordeling als dader wordt behandeld. Maar los hiervan wijst Eerdmans hier wel heel makkelijk met een priemende vinger in de richting van de rechter. Het punt is dat de betrokken advocaat-generaal namens het Openbaar Ministerie onder voorwaarden heeft ingestemd met het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis voor een periode van enkele dagen. Dat standpunt had het OM ook al naar aanleiding van een eerder verzoek ingenomen.

E.: “Dit zijn geen losstaande incidenten. Het is een patroon van blunders van de zittende magistratuur.”

Hier loopt het betoog helemaal uit de hand. Er worden twee incidenten aan de orde gesteld en vervolgens poneert Eerdmans dat er dus sprake is van een patroon van blunders van rechters. Is er sprake van een patroon? Laten we eens de specialisten op het terrein van rechterlijke dwalingen aan het woord, Peter van Koppen, Han Israëls en Hans Crombag: “Ook in het Nederlandse rechtssysteem komen onvermijdelijk rechterlijke dwalingen voor. Hoeveel dat er zijn, is uit de aard van de zaak onbekend. Het is weinig zinvol om te proberen op die vraag een antwoord te krijgen.”

Niet dat het daardoor minder erg is, maar blunders komen overal voor.

E.: “Mensen die vinden dat er te slap wordt gestraft worden meestal beticht van onderbuikgevoel of krijgen van juristen te horen dat er in Nederland al veel strenger wordt gestraft dan in omringende landen. Kijk naar Amerika, zegt men dan, daar zijn de straffen zeer hoog en is de misdaad alleen maar toegenomen. Niemand vraagt zich af hoe de misdaad zich daar had ontwikkeld als elke moordenaar met een taakstraf was heengezonden. Bovendien is de geweldspiraal in de VS voornamelijk ontstaan doordat er meer wapens dan mensen in omloop zijn.”

Theo de Roos, hoogleraar strafrecht, ziet dit anders, zoals we al eerder zagen: “Kankeren aan de borreltafel doet het goed. Maar er klopt geen zak van. Nederland straft als één van de strengste landen in Europa.” (Zie verder ook Steeph hierover.)

E.: “Ook is er het bekende argument: straffen helpen niet. Voor wie niet? Voor de crimineel is het ongetwijfeld veel beter om snel vrij te komen. Maar voor de slachtoffers, het rechtsgevoel in de maatschappij en de veiligheid van de samenleving ligt dit heel anders.”

Die laatste claim klopt niet. De preventieve werking van een gevangenisstraf is uiterst gering. Anton van Kalmthout, hoogleraar straf- en vreemdelingenrecht, wees daar onlangs nog op: “ondanks de toename van de gevangeniscapaciteit van 4000 naar meer dan 16.000 cellen en een  –naar Europese maatstaven- ongekende stijging van het aantal gedetineerden per 100.000 inwoners van 30 naar 125, zijn er nauwelijks positieve effecten van het strafrechtelijke beleid aan te wijzen. Recidivecijfers van meer dan 70% wijzen eerder op het tegendeel.”

E.: “De oorzaak van het lankmoedige strafbeleid ligt bij de oorsprong van de Nederlandse strafwetgeving, die stamt uit de Franse tijd, begin 19e eeuw. Toen werd door Napoleon het dadergerichte strafrecht ingevoerd, dat sindsdien in feite draait om twee zaken: de daad en de dader. Het slachtoffer of de nabestaanden spelen niet meer dan een rol in de kantlijn.”

De oriëntatie van het straffen veranderde afgelopen periode behoorlijk van karakter. Van een liberaal-ethisch karakter aan het einde van de 19e eeuw naar autoritair strafrecht vanaf 1926. In een volgende periode, na 1950, lag de nadruk meer op socialisatie en vanaf 1970 meer op het individualisme. Vanaf 1995 is er sprake van wat Buruma de ‘nieuwe strengheid’ noemt. In die periode komt ook het risicodenken meer in het vizier.

Een erfenis uit de korte ‘Franse’ periode is dat Nederland voor het eerst (en laatst) juryrechtspraak kende, namelijk van 1 maart 1811 tot 11 december 1813.

E.:“Gelukkig is daarin in de laatste tien jaar enige vooruitgang geboekt. Zo is het succesvolle spreekrecht voor slachtoffers ingevoerd. De verklaring die het slachtoffer ter zitting mag uitspreken is helaas nog wel aan beperkingen gebonden, waardoor het slachtoffer niets mag zeggen over of tegen de verdachte. Maar het is een begin.”

Een zeer interessante documentaire over de invloed van de slachtofferbenadering bij politie en de desastreuze gevolgen daarvan in de daar besproken casus is hier te vinden.

E.: “Kern van het probleem is dat plegers van misdaden vaak worden gezien als de werkelijke slachtoffers. Een slechte opvoeding, moeilijke jeugd of drugsverslaving werken als strafverminderende omstandigheden. Onder druk van linkse criminologen en later de Coornhert Liga voor Strafrechthervorming, is de gedachte gegroeid dat resocialisatie en therapie de belangrijkste voorwaarden voor een effectieve straftoemeting vormen.”

Dat is, met alle respect, regelrechte kletskoek. Rechtspraak is maatwerk en de rechter kijkt – gelukkig – naar elk individueel geval en naar alle relevante omstandigheden. Als Eerdmans gelijk heeft, is het niet te verklaren dat in Nederland steeds meer mensen worden opgesloten. Zoals al eerder gezegd, in 1980 zaten er 23 mensen per 100.000 burgers vast; in 2005 waren er dat 134 (en nu is dat weer teruggelopen tot 100). Zo neemt het aantal levenslang veroordeelden gestaag toe. In de periode 1945-1995 zaten er zes mensen levenslang; in de periode 1995 meer dan zes keer zoveel. Een scheldende opa van 72 kan nu rekenen op een veroordeling wegens bedreiging met zwaar lichamelijk letsel.

Uit het onderzoek van Wagenaar, oud-hoogleraar rechtspsychologie, blijkt dat als burgers over een zaak oordelen nadat ze het dossier hebben bestudeerd en bij de zitting aanwezig zijn, zij doorgaans tot hetzelfde oordeel als de rechter(s) komen.

Overigens moet er ook even een verplicht nummertje in dat het de schuld van links is. Voor alle duidelijkheid: de afgelopen veertig jaar hadden bijna alle ministers van Justitie van een christelijke achtergrond (CDA, KVP, CDU) of kwamen uit de VVD. Aad Kosto (PvdA) was in 1994 een paar maanden minister, maar dan wel in een demissionair kabinet; Sorgdrager (D66) zwaaide de scepter in de periode 1994-1998.

E.: “Wat wordt vergeten, is dat criminaliteit een bewuste keuze is. De oorzaak van criminaliteit ligt in het besluit van criminelen om misdaden te plegen. Wie ernstige misdaden pleegt, dient ernstig gestraft te worden. Vergelding van het veroorzaakte leed verdient een prominente plaats in de strafmaat voor plegers van zware misdaden.”

Een gedeelte van ons gedrag is geen bewuste keuze, zo blijkt uit – ontstellend veel – onderzoek. Toch zitten strafrechters daar niet zo mee. Ze leiden uit de objectieve omstandigheden van het geval af wat het geval is en vooronderstellen daarbij de vrije wil.

Alleen in gevallen van ernstige psychische disfunctie wordt rekening gehouden met het ontbreken van de vrije wil.

Schopenhauer zoekt men tevergeefs in de rechtszaal.

E.: “Het juridisch jargon in vonnissen van rechters is voor de niet-ingevoerde burger nauwelijks te volgen, laat staan hoe men tot een bepaalde beslissing is gekomen. Volksvertegenwoordigers die vonnissen van rechters bekritiseren worden gemaand hun mond te houden.”

150.000 zaken worden door ongeveer 800 OvJ’s voorbereid. Dat betekent op jaarbasis dus bijna 200 zaken per OvJ. Gelukkig worden ze daarbij door 4400 mensen ondersteund. Als Eerdmans en de politiek dat anders willen, moet men in de buidel tasten. Maar dan wordt het stil.

E.: “Omgekeerd lappen rechters de door de wetgever aanzienlijk verhoogde strafmaxima aan hun laars.”

Weer onjuist. Er wordt, in weerwil tot wat Eerdmans beweert, zwaarder gestraft.

E.: “De maatschappelijke onvrede met rechterlijke beslissingen groeit.”

En waaruit blijkt die groei dan? Voorzover dat al zo is, heeft dat (ook) met de stemmingmakerij van Eerdmans te maken. Hoewel er van zijn bewering nauwelijks is klopt, mag hij zijn standpunt uitgebreid toelichten op televisie (Pauw & Witteman), in Trouw, in de Volkskrant etc.

E.: “Maar in plaats van de oorzaken daarvoor bij zichzelf te zoeken, richten leden van de zittende magistratuur steeds vaker de pijlen op critici en wijzen zij steevast op hun ‘onafhankelijkheid’ als rechter. Hoewel veel mensen de open dagen van rechtbanken en gerechtshoven bezoeken, is er een grote afstand tussen rechters en burgers. Nederland is een van de weinige landen ter wereld, zo niet het enige, waar burgers op geen enkele manier kunnen deelnemen aan de rechtspraak. Een gesloten groep van professionele juristen laat in het eisen en spreken van recht geen inmenging toe van buitenstaanders die niet aan de beroepseisen voldoen.”

De mate waarin burgers op de een of andere wijze kunnen participeren is in de eerste plaats een politieke keuze. En de bewindvoerders komen, zoals gezegd, bijna allemaal uit het CDA en de VVD. Los daarvan klopt Eerdmans’ bewering niet helemaal: de Pachtkamer en de Ondernemingskamer kennen wel lekenrechters.

E.: “De toekomst en de legitimiteit van onze rechtspraak zal voor een groot deel afhangen van de bereidwilligheid onder rechters om beter te luisteren naar de gevoelens in de samenleving en de deuren en ramen van hun bastion open te zetten.”

En natuurlijk ook van de vraag in hoeverre mensen als Eerdmans bereid zijn om uit te gaan van feiten. Die bereidheid schat ik buitengewoon laag in.

De onafhankelijke rechter als scherprechter

January 6, 2010

“In het algemeen is het goed dat het besef is doorgedrongen dat rapportages van het NFI niet heilig zijn”, zegt Richard Eikelenboom. Hij maakt een aantal jaren geleden naam met zijn onderzoek naar Tim Masters. Dankzij zijn verfijnd onderzoek kwam Masters vrij. Eerst werd werd hij op 15-jarige leeftijd gearresteerd voor de moord op de kledingverkoopster Peggy Hettrick in 1987 in Fort Collins (Colorado). Hij zag haar lichaam liggen, maar dacht dat het een etalagepop was. Masters werd verdacht omdat hij een paar geweldige tekening had gemaakt. Hij werd vrijgesproken, maar 12 jaar toch weer opgepakt. Een psycholoog had zijn tekeningen nog eens bestudeerd en stelde dat die door een moordenaar waren gemaakt. Master kreeg alsnog levenslang, maar met name door het onderzoek van Eikelenboom, kwam hij in 2008 vrij.
Eikelenbooms particuliere laboratorium (IFS) werkt voor de politie, het OM en raadslieden.
Sommige critici verwijten particuliere labs dat ze partijdig zijn. Eikelenboom: “Wat zij doen, heeft niets te maken met waarheidsvinding maar met verwarring zaaien. Ik denk dat partijdige deskundigen geen bestaansrecht zullen hebben. Rechters prikken er zo doorheen, mits ze de moeite nemen hun rookgordijnen tijdens een zitting voor te leggen aan onafhankelijke deskundigen. Ik ben alleen bang dat ze niet altijd de moeite nemen om dat te doen.”
object width=”425″ height=”344″>
Maar is dat echt het probleem? Een geschil is tussen een ‘goede’ en ‘slechte’ wetenschapper? Een wetenschappelijk geschil is niet louter een kwestie van een rotte appel, die eenvoudig kan worden getraceerd. Ik zal dit illustreren aan de hand van de zaak-Lucia de B. In zijn hoogleraarsrede van 6 november 2009 merkt Peter Grünwald op dat hij geen problemen krijgt als hij uitlegt waarom de wijze waarop de statistiek in zaak-Lucia de B. is gebruikt, niet deugt. De gemoederen lopen pas hoog op als het gaat om de vraag hoe de gegevens dan wel moeten worden geanalyseerd. Het gaat in dat geval om academici die hun wetenschappelijke sporen hebben verdiend, maar die het niet met elkaar eens zijn. Van een rechter kan men niet verwachten daarin een verantwoorde keuze te malen.

Meer onderzoek is beter?

January 5, 2010

Wat kan het effect zijn van wetenschappelijke meningsverschillen over (bijvoorbeeld) forensische bewijsmateriaal? In de zaak-Ilonka Toth leverde dat het volgende tafereel op. Eerst werd het NFI om een analyse gevraagd. Het OM was niet tevreden met de resultaten van dat onderzoek en schakelde vervolgens het particuliere laboratorium IFS van Richard Eikelenboom in. Hij vond meer bewijsmateriaal en was ook stelliger in zijn conclusies. De advocaat van de verdachte wilde vervolgens een contra-expertise, waarna het OM op zijn beurt weer een vierde expert liet opdraven.

De verdachte werd tot twaalf jaar veroordeeld.

Stijging forensisch onderzoek

January 4, 2010

Het aantal forensische onderzoeken is in tien jaar vervijfvoudigd, terwijl de criminaliteit is afgenomen.

(bron: NFI)

Hoe gaan rechters om met tegenstrijdige wetenschappelijke verklaring?

January 3, 2010

Jan Moors, vicepresident van de Amsterdamse rechtbank, legde onlangs uit hoe hij als  rechter om gaat met complexe rapporten over forensisch technisch bewijs. Moors: “We weten soms te weinig van dit soort zaken. Als je dat merkt, kun je experts naar de zitting laten komen. Dan vraag ik naar hun deskundigheid, ik toets of ik conclusies goed begrijp en ik controleer in hoeverre sprake is van interpretatie. Uiteindelijk zal ik een onderbouwde keuze moeten maken. In het slechtste geval heb ik een derde deskundige nodig. Als er dan nog twijfel is, kan dat tot vrijspraak leiden omdat een verdachte pas veroordeeld mag worden als het bewijs overtuigend is. Hoe dan ook is de toegenomen aandacht goed; het leidt tot beter onderbouwde beslissingen.”

Rechters zijn generalisten, meent Moors. “Wij kunnen nooit hetzelfde kennisniveau hebben als bijvoorbeeld dna-deskundigen. Onze opleiding is erop gericht dat we rapportages van experts op waarde kunnen schatten. We zijn op dit moment bezig meer aandacht te besteden aan methodologie en statistiek bij de opleiding voor rechters SSR, waar ik lector strafrecht ben.”